DIAGNOSE VAN ALLERGISCHE AANDOENING

INTRODUCTIE

Omdat de diagnose van allergische aandoeningen nogal complex is en met name in de eerste lijnhulpverlening (huisartsen, consultatiebureauartsen, maar ook het Spoedeisende Hulppersoneel) een probleem kan zijn heeft het NAN de onderstaande informatie bijeen vergaard, uit publicaties in verschillende mondiale medische tijdschriften en websites van de farmaceutische industrie die zich bezig houden met diagnose van allergieën, voor de allergische patiënt.  

 

Met deze informatie bent u beter onderlegd om de uitleg van de arts te begrijpen, maar mocht er de onderstaande informatie zaken staan die u niet geheel begrijpt, aarzel dan niet om contact op te nemen met uw behandelend arts en laat hem u het uitleggen!! (of neem contact met het NAN op).

Wanneer u deze informatie heeft gelezen en u gaat naar de dokter, dan vindt u op de website ook informatie wat de dokter van u wilt weten en ook enkele vragen die u aan de dokter kunt stellen.

 

Zorgvuldige diagnose op welke stoffen iemand reageert, resulteert in zeer dankbare patiënten.

 

En kan, in tegenstelling tot wat door heel veel artsen geloofd wordt, al op vroege leeftijd plaatsvinden. Er zijn zelfs al methoden om bloed uit de navelstreng te testen. Maar in het algemeen kan een baby al vanaf enige weken getest worden!!

Een allergische aandoening is een van de drie meest voorkomende redenen waarom patiënten naar hun huisarts gaan. Luchtwegaandoeningen representeren ca. 25% van alle bezoeken aan huisartsen en 80% van de patiënten die meerdere malen terugkomen blijken allergisch te zijn.

 

Allergieën zijn een belangrijke ziekteoorzaak. Voor sommige patiënten is het ongemak, van hun hooikoorts, de schaamte over hun eczeem of het arbeid- en schoolverzuim door astma, het belangrijkste probleem van hun leven.

 

Overlijden is onlosmakelijk verbonden met allergische aandoeningen. Het hoge sterftecijfer ten gevolge van astma laat, ondanks alle beschikbare moderne medicijnen, duidelijk zien dat de strategie voor de beheersing van deze ziekte moet veranderen. En nu wordt steeds meer erkent dat allergische factoren een belangrijke rol spelen in de ziekteverwerking van deze aandoening.

Onderzoek en opvoedkundige programma’s over allergische “triggers”, zoals huisstofmijt, zijn allang gedateerd. Allergeen-identificatie, -vermijding, en -beheersing van de omgeving zou net zo belangrijk moeten zijn in de algehele beheersing (management) voor astma als medicatietherapie, piekflow-monitoring en patiënteneducatie.


De mate van vóórkomen (prevalentie = aantal personen met kans op een ernstige allergische (potentieel levensbedreigende allergische reactie)) van voedsel geïnduceerde anafylaxis, naast alle andere allergische aandoeningen, is in de afgelopen twintig jaar dramatisch gestegen.
Vroegtijdige identificatie van het juiste voedsel of het juiste gif bij insectengif-geïnduceerde anafylaxis, waardoor specifieke immunotherapie (ingeval van insectengif-anafylaxis) gestart kan worden, kan zéker levens sparen.

 

De stijging van allergiebewustzijn heeft een stijgende vraag naar “allergietesten” gecreëerd. Patiënten (gezinnen) zien het nut en de zin in van vroegtijdige atopische diagnose. Hiermee kunnen zij beginnen met primaire allergiepreventiemaatregelen. 
Maar het is belangrijk om alert te zijn op de vele testen die beschikbaar zijn.

Het NAN benadrukt de verdiensten van bewezen, zinvolle testen opdat patiënten niet gedwongen worden hun toevlucht te zoeken in alternatieve (onbewezen) allergietesten.

LET OP: De term Allergietesten is een term die niet juist is want een positieve uitslag van een huidtest of bloedtest wil in principe niet zeggen dat je allergisch bent!
De huidtest dient ter bevestiging of ontkrachting van de medische voorgeschiedenis (anamnese), dus de klachten waarvoor je naar de dokter bent gegaan. Beter is dus te gebruiken Allergieonderzoek.

 

De bedoeling van deze pagina's is dus het bewustzijn over de beschikbare methoden voor allergiediagnose te vergroten en aandacht te vragen voor de interpretatievalkuilen van deze diagnoseresultaten. Hierbij hoopt het NAN dat de misvatting over “het laten uitvoeren van allergietesten is zonde van de tijd en geld” (zeker gezien de ingevoerde (financiële) systematiek ter beheersing van de ziektekosten, DBC (Diagnose Behandeling Combinatie). (Het is zo dat er op ZorgWijzer een kennisdossier is opgesteld met informatie over werking van DBC-zorgproducten.
Het dossier is hier te raadplegen: http://www.zorgwijzer.nl/faq/dbc)
uit de wereld te kunnen helpen en dat uiteindelijk de algehele kwaliteit van leven van de allergische patiënt verbeteren zal. Een juiste en correcte diagnose is essentieel en uiteindelijk kostenbesparend in de beheersing van (voedsel) allergieën
.

 

Lees verder over "Anamnese"

 

Referenties voor deze pagina's zijn: 

  • Onorato J, et al. Placebo-controlled double-blind food challenge in asthma. J Allergy Clin Immunol 1990;78:1139

  • Metcalfe DD, Sampson HA. Workshop on experimental methodology for clinical studies of adverse reactions to foods and food additives. J Allergy Immunol 1990;86:421

  • Menardo JL, et al. Skin test reactivity in infancy. J Allergy Clin Immunol 1985;75:646

  • Matheson A, et al. Reactivity of the skin of the newborn infant. Paediatrics 1952;10:181

  • Skassa-Brociek W, et al. Skin tests reactivity to histamine from infancy to elderly. J Allergy Clin Immunol 1987;80:711

  • Van Nierkerk CH, Prinsloo AEM. Effect of skin pigmentation on the response to intra-dermal histamine. Int Arch Allergy Appl Immunol 1985;76:73

  • Tyolahti H, Lahti A. Start and end of the effects of terfinadine and astimazole on histamine induced wheals in human skin. Acta Derm Venerol 1989;69:269

  • Olson R, et al. Skin reactivity to codeine and histamine during prolonged corticosteroid therapy. J Allergy Clin Immunol 1990;86:153

  • Anderson M, Pipkorn U. Inhibition of the dermal immediate allergic reaction through prolonged treatment with topical glucocorticosteroids. J Allergy Clin Immunol 1987;79:345

  • Onorato J, et al. Placebo-controlled double-blind food challenge in asthma. J Allergy Clin Immunol 1990;78:1139

  • Metcalfe DD, Sampson HA. Workshop on experimental methodology for clinical studies of adverse reactions to foods and food additives. J Allergy Immunol 1990;86:421

  • Menardo JL, et al. Skin tests reactivity in infancy. J Allergy Clin Immunol 1985;75:646

  • Matheson A, et al. Reactivity of the skin of the newborn infant. Paediatrics 1952;10:181

  • Skassa-Brociek W, et al. Skin test reactivity to histamine from infancy to elderly. J Allergy Clin Immunol 1987;80:711

  • Van Nierkerk CH, Prinsloo AEM. Effect of skin pigmentation on the response to intra-dermal histamine. Int Arch Allergy Appl Immunol 1985;76:73

  • Tyolahti H, Lahti A. Start and end of the effects of terfinadine and astimazole on histamine induced wheals in human skin. Acta Derm Venerol 1989;69:269

  • Olson R, et al. Skin reactivity to codeine and histamine during prolonged corticosteroid therapy. J Allergy Clin Immunol 1990;86:153

  • Anderson M, Pipkorn U. Inhibition of the dermal immediate allergic reaction through prolonged treatment with topical glucocorticosteroids. J Allergy Clin Immunol 1987;79:345

  • Szeinbach S, et al. Precision and accuracy of commercial laboratories’ to classify positive and/or negative allergen-specific IgE results