Janneke Ruinemans‐Koerts 1; Yvonne Schmidt‐Hieltjes 1; Ad Jansen 2; Huub F.J.
Savelkoul 3; Annejet Plaisier 4; Petra van Setten 4;
1. Department of Clinical Chemistry and Haematology, Rijnstate Hospital, Netherlands Author of correspondence: Dr. ir. J. Ruinemans‐Koerts, Department of Clinical Chemistry and Haematology, Rijnstate Hospital, Postbus 9555, 6800 TA Arnhem; 2. Department of Otorhinolaryngology, Radboud University Nijmegen
Medical Centre, Nijmegen, Netherlands; 3. Cell Biology and Immunology Group, Wageningen University& Research, Wageningen, Netherlands; 4. Department of Paediatrics, Rijnstate Hospital,
Arnhem, Netherlands;
First published: 08 November 2018 Clinical & Experimental Allergy https://doi.org/10.1111/cea.13307
ACHTERGROND
De gouden standaard voor de diagnose van koemelkallergie is de dubbelblinde
Placebogecontroleerde voedselprovocatietest (DBPCFC). Nadelen van de DBPCFC zijn echter het potentiële risico van anafylactische reacties, de tijdrovende procedure en hoge kosten.
DOELSTELLING
Het doel van deze studie is om de betrouwbaarheid van de Basofielen Activatie Test (BAT) te
bepalen, zowel voor de initiële diagnose van koemelkallergie bij kinderen als voor het bepalen van de tolerantie bij kinderen met koemelkallergie.
METHODEN
97 BAT's en koemelk specifieke IgE-testen (sIgE) werden uitgevoerd bij 86 zuigelingen / jonge
kinderen, verdacht van (aanhoudende) koemelkallergie, die in aanmerking kwamen voor een DBPCFC in het ziekenhuis. De BAT werd uitgevoerd met koemelk extract en de gezuiverde belangrijke
allergenen caseïne, α-lactalbumine, β-lactoglobuline. Basofielen activering werd bepaald door opwaartse regulatie van CD63 gemeten met flow
cytometry. De BAT-resultaten werden vergeleken met de DBPCFC-resultaten.
RESULTATEN
Gebaseerd op ondubbelzinnige DBPCFC- en BAT-resultaat combinaties (80%) had de BAT een
gevoeligheid en specificiteit van 100% (respectievelijk CI 86-100% en 68-100%) bij met IgE gesensibiliseerde kinderen (41% van de geteste kinderen). Alle niet-IgE-gesensibiliseerde kinderen (59%)
hadden een negatieve DBPCFC en BAT, behalve voor vijf patiënten. Deze laatsten vertoonden vertraagde en relatief milde symptomen in de DBPCFC met een negatieve BAT, die een niet-IgE-gemedieerde
allergie bij deze kinderen ondersteunde.
CONCLUSIE en KLINISCHE RELEVANTIE
De BAT lijkt betrouwbaar en kosteneffectief om patiënten met een IgE-gemedieerde
koemelkallergie te diagnosticeren. Bij met IgE gesensibiliseerde patiënten kan een BAT een DBPCFC vervangen. Voor niet-IgE-gesensibiliseerde patiënten met lichte symptomen stellen wij voor om
thuis een (dubbelblinde) uitgebreide (tijd) provocatietest te overwegen.