Immunotherapie

Allergeenspecifieke immunotherapie (of hypo- of desensibilisatie) wordt al vele jaren gebruikt als behandeling voor atopische luchtwegaandoeningen.


Met het ter beschikking stellen van goed gedocumenteerde en gestandaardiseerde allergeenextracten en van nationale en internationale consensusrichtlijnen voor de indicaties en de praktische uitvoering ervan, kon de effectiviteit van deze behandeloptie in de afgelopen jaren pas goed in kaart worden gebracht.

Inmiddels heeft de hyposensibilisatie volgens een voortdurend, subcutaan injectieschema een duidelijke plaats herwonnen in de therapierichtlijnen. Deze methode heeft echter een, zij het klein, risico op ernstige allergische bijwerkingen en een behandeling per injectie is vooral bij kinderen ongemakkelijk. Er wordt veel onderzoek verricht naar de werkzaamheid en de veiligheid van alternatieve toepassingsvormen van hyposensibilisatie.

 

Voor diverse inhalatieallergenen is de zogenaamde SLIT toepassingvorm ontwikkeld, dit is Sub Linguale ImmunoTherapie, een toedieningvorm waarbij geen gebruik meer gemaakt wordt van een injectie, maar een pilletje dat onder de tong gelegd zal smelten. Grazax® is een SLIT pilletje dat gebruikt kan worden wanneer je erge hooikoorts klachten hebt. Ook voor deze therapie geldt dat u deze therapie pas in overleg met de behandelend arts krijgt omdat ook bij SLIT er een zeer kleine kans op ernstige allergische reactie bestaat.

 

Als u een ernstige Insectengifallergie heeft zou in overleg met uw arts bekeken kunnen worden of u in aanmerking komt voor een immunotherapie voor dat specifieke insect zijn. Hiervoor kunt u het beste contact opnemen met een specialist bij u in de buurt.

Wanneer u dit wilt dan kijk dan bij Adressen en zoek een ziekenhuis bij u in de buurt en neem contact op om na te vragen of zij Immunotherapie geven.

 

IMMUNOTHERAPIE


Zoals bij de meesten bekend is, is een allergie een aandoening waarbij het immuunsysteem betrokken is. Om een of andere reden is het immuunsysteem in onbalans, dusdanig dat het lichaam abusievelijk reageert op stoffen die normaal gesproken niet schadelijk zijn voor het functioneren van het lichaam.

 

De ontwikkeling van een allergie bestaat uit twee stappen. De eerste stap is de zogenaamde sensibilisatiestap. Dit is de fase waarin het lichaam om nog onbekende reden antistoffen aanmaakt tegen een bepaalde stof, bijvoorbeeld graspollen of wespengif. De tweede stap is de fase waarbij door ook nog onbekende reden sommige mensen die gesensibiliseerd zijn allergisch worden. Hierna kunnen er  verschillende klachten (symptomen) optreden die kunnen variëren van een lopende neus en waterige ogen tot een levensbedreigende bloeddrukdaling waardoor iemand in shock kan raken.
Door bijvoorbeeld een wespengif- of bijengifallergie kunnen mensen zo heftig reageren dat ze kunnen overlijden als er niet snel hulp geboden wordt.
Maar hoewel het niet aannemelijk is dat er door hooikoorts iemand overlijdt kan deze vorm van allergie wel zo’n last geven dat het dagelijkse leven ontregeld wordt en dat je daardoor zelfs je werk niet meer kunt doen of van school moet verzuimen.

 

Voor al deze personen is er immunotherapie (desensibilisatie) of ook wel allergievaccinatie genoemd. Het principe van een immunotherapie is dat er getracht wordt om het immuunsysteem te laten wennen aan het allergeen. Dit gebeurt door de persoon een eerste periode bloot te stellen aan een heel kleine hoeveelheid van de stof waar je de klachten van krijgt. De hoeveelheid is in eerste instantie zodanig weinig dat je er geen klachten van krijgt waardoor het lichaam er “aan kan wennen”. Normaal gesproken zal er in de eerste periode (dit noemen ze ook wel de instelperiode) één tot twee keer per week gedurende zes tot acht weken (soms tot een half jaar) in steeds oplopende hoeveelheid een injectie met het allergeen gegeven worden. Na de instelperiode zal er voor een periode van drie tot vijf jaar maandelijks een injectie met de onderhoudsdosering gegeven worden.

 

In de praktijk betekent dit dat er bij een immunotherapie voor pollenallergie al in het eerste jaar een flinke reductie van de klachten zal optreden en wanneer er een immunotherapie gevolgd wordt wegens insectengifallergie (wesp / bij) er na de instelperiode al een zodanige bescherming is opgebouwd dat de meeste mensen eigenlijk al geen adrenaline auto-injector bij zich hoeven te dragen, want de onderhoudsdosering bij insectengif immunotherapie heeft een equivalent van ca. acht keer een steek met wespengif of bijengif.

Allergievaccinatie of immunotherapie richt zich dus op het vergroten van je tolerantie (of de mate van niet-reageren) voor allergenen waar je de symptomen van krijgt.
Een allergiespecialist of allergoloog is de meest gekwalificeerde arts om uit te zoeken welke allergie je hebt en kan je dus vertellen of immunotherapie iets voor jou is.

Wie kunnen er behandeld worden met vaccinaties?


Allergie Immunotherapie wordt aanbevolen voor patiënten met Allergisch Astma, Allergisch Rhinitis / Conjunctivitis en stekende insectengifallergie. Ze worden (nog) niet aanbevolen voor voedselallergie. Voordat er een besluit genomen wordt om met immunotherapie te beginnen moeten de volgende zaken eerst overwogen worden:

  • Duur van het allergieseizoen en de ernst van jouw symptomen
  • Of medicatie en/of veranderingen in je omgeving (sanering van de woonomgeving) jouw symptomen kunnen beheersen
  • Je wens om langdurig medicijngebruik te mijden
  • Tijd: immunotherapie vereist een grote tijdsinvestering
  • Kosten: Deze zijn afhankelijk van je zorgverzekering 

 

Immunotherapie is voor kinderen zeer effectief en worden vaak goed getolereerd. Het kan de ontwikkeling van nieuwe allergische gevoeligheden voorkomen of de progressie van astma.

Bij sommige patiënten die andere medische problemen hebben of die bepaalde alledaagse medicijnen gebruiken kan allergievaccinatie een hoger risico opleveren. Het is daarom belangrijk om aan je arts te vermelden dat je bepaalde medicijnen gebruikt.

Wie zou de immunotherapie moeten geven?

Omdat schadelijke effecten bij immunotherapie kunnen optreden, heeft jouw allergoloog het juiste personeel en apparatuur voor het herkennen en behandelen van dat soort reacties. Indien mogelijk, zou de immunotherapie gegeven moeten worden in de praktijk van de arts, Als dat niet kan, dan moet er een toezichthoudende arts uit naam van de allergoloog moeten zijn met volledige instructies over jouw behandeling.

Zoals al hiervoor vermeld werkt immunotherapie als een vaccin. Jouw lichaam reageert op de geïnjecteerde hoeveelheden van een specifiek allergeen (gegeven in oplopende hoeveelheid) beetje bij beetje, waardoor er een tolerantie opgebouwd wordt. Immunotherapie kan soms tot gevolg hebben dat er verminderde, minimale of helemaal geen allergische symptomen optreden wanneer je blootgesteld wordt aan het allergeen in de dosis.

Twee fasen bij immunotherapie

de Instelperiode en de onderhoudsperiode.

De instelperiode, normaal gesproken variërend tussen twee tot zes maanden, omvat het toedienen van injecties met een oplopende hoeveelheid van het allergeen. De frequentie van de injecties is één tot twee keer per week, hoewel er ook snellere opbouwfrequenties worden gebruikt.

De onderhoudsperiode begint wanneer de meest effectieve dosis is bereikt. Deze dosis is voor ieder persoon verschillend, afhankelijk van hoe allergisch je bent en je reactie tijdens de instelperiode. Wanneer de onderhoudsdosis is bereikt, zijn er langere periodes tussen de injecties, normaal twee tot vier weken.

Wanneer zal ik me beter voelen?

Voor sommige mensen zal er al een vermindering van symptomen optreden tijdens de instelperiode, voor anderen kan het wel tot 12 maanden duren tijdens de onderhoudsperiode.

Wanneer je niet reageert kan dit het gevolg zijn van: 

Geen voldoende allergeendosis in het vaccin

Gemiste allergenen die niet geïdentificeerd zijn tijdens de allergiediagnose

Hoge niveaus van allergenen in jouw omgeving

Grote blootstelling aan niet-allergische uitlokkende factoren ( zoals sigarettenrook)

Wanneer er geen verbetering optreed na een jaar in de onderhoudsperiode, zal de allergoloog andere behandelmogelijkheden met je bespreken.

Wanneer zou de immunotherapie moeten worden gestopt?

Wanneer de onderhoudsdosis is bereikt, duurt een effectieve immunotherapie gewoonlijk drie tot vijf jaar. Het besluit om te stoppen kan tegen die tijd besproken worden met de allergoloog. Enkele personen ervaren een permanente vermindering van hun allergiesymptomen, terwijl anderen terug kunnen vallen en dan zal er een langere onderhoudsperiode moeten worden overwogen.

Wat zijn de mogelijke reacties?

Er zijn twee typen schadelijke reacties die kunnen optreden bij immunotherapie. Lokale reacties komen redelijk vaak voor en uiten zich als roodheid van en/of zwellingen op de huid bij de injectieplaats. Dit kan direct optreden of na enige uren na de behandeling.

Systemische reacties treden veel minder op, zijn meestal mild en reageren normaal gesproken snel op medicijnen. Uitingen zijn verhoogde allergiesymptomen zoals niezen, een verstopte neus of bultjes. Anafylaxis treedt zelden op met zwelling in de keel, piepende adem, een drukkend gevoel op de borst, misselijkheid of duizeligheid.

De meeste systemische reacties ontwikkelen zich binnen 30 minuten na de allergeeninjecties. Dit is de reden waarom het sterk aanbevolen wordt om 30 minuten in de praktijk te wachten na toediening van de injectie.

De allergoloog is opgeleid om uit te kijken naar zulke reacties en het personeel is getraind en uitgerust met de juiste medicatie voor de herkenning en behandeling.

De boodschap van dit verhaal is dus eigenlijk. Ga in overleg met je behandelend arts om te kijken of je in aanmerking komt voor een Immunotherapie en of deze voor jou in jouw situatie geschikt en zinvol is. Het kan je leven een totaal andere wending geven.