2. IMMUNOPATHOLOGIE van ALLERGISCH RHINITIS
Vroege fase reactie:
Veroorzakers van een late fase reactie:
-
Mestcel secretie van cytokinen en chemokinen
-
Stimulatie van endotheliale cellens door histamine, leukotriënen en
PAF voor de secretie van cytokinen en chemokinen
-
Activatie van counter-ligands op endotheliale cellen voor de
interactie met bloedcellen die zich omkeren, aanpassen en dan
transmigreren
Late fase reactie:
-
Subepitheel celaccumulatie van CD4(+), Th2 lymfocyten, monocyten,
eosinofielen en basofielen die geactiveerd worden door de cytokine /
chemokine netwerk zowel als door antigen stimulatie van hoog en laag
affiniteit IgE receptoren
de rol van Histamine:
-
Voorgevormde mediator
-
Komt vrij vanuit de geactiveerde mestcel
-
Hoofdmediator bij de vroege fase reactie (de directe reactie)
-
Veroorzaakt het niezen, de jeuk, loopneus en neusverstopping
-
Voor - ontstekingveroorzakende werking
de rol van Leukotriënen:
-
Vroeg gegenereerde mediatoren
-
Neemt deel aan zowel de directe en de late reacties
-
Veroorzaakt neusverstopping, slijmindikking, vasodilatatie,
ontsteking
-
celverzameling
Minimaal aanhoudende ontsteking
Mediatoren en symptomen bij allergische Rhinitis:

Meer over stapsgewijze beheersing van Allergisch Rhinitis?
lees verder>>

Referenties
1.
Allergic Rhinitis and Its Impact on Asthma (ARIA): JACI 2001:56:
813-824
2. Contemporary Approaches to Ocular Allergy Management: American
College of Allergy, Asthma and Immunology, 1998.
3. Consensus Statement on the Treatment of Allergic Rhinitis.
Allergy 2000: 55: 116-134
4. World Allergy Forum program series: WAO 2000-2003

|