FEITEN EN FABELS VOOR
MEDISCH OPGELEID PERSONEEL (2/6)
Artikel uit: Ned Tijdschr Geneeskd. 2007 10 maart;151(10)
Anafylaxie: feiten en fabels
dr. P.L.P.Brand,
Kinderarts, Isala Zwolle
(Ter
info voor medici) Zie ook het
artikel op blz. 602 van het Ned
Tijdschrift voor Geneeskunde, 2007 10 maart;
Enkele maanden
geleden werd ik ’s avonds, toen ik dienst had, gebeld door een
assistent-geneeskundige op de spoedeisende-hulpafdeling van ons ziekenhuis. Daar
was een jongen van 8 jaar binnengekomen met zijn ouders, omdat hij bleek, licht
in het hoofd en benauwd geworden was en galbulten had gekregen na het eten van
een taartje waarin mogelijk noten of pinda’s waren verwerkt. Omdat de jongen
zich zo beroerd voelde, werd besloten hem snel te behandelen en niet eerst de
kinderarts in huis te laten komen. ‘Een anafylactoïde reactie’, luidde de
diagnose. De poortarts had de jongen behandeld met clemastine en prednisolon
intraveneus. Zijn vraag was of ik nog verdere suggesties had of dat hij de
jongen naar huis mocht ontslaan.
Deze casus
illustreert enkele van de misverstanden die er rondom anafylaxie bestaan (tabel 1).
In dit artikel ga ik op deze misverstanden in en bespreek ik de diagnostiek en
de behandeling van de aandoening.1,2

definitie
en herkenning
Tot voor kort
werd ‘anafylaxie’ gedefinieerd als een ernstige, levensbedreigende,
gegeneraliseerde of systemische overgevoeligheidsreactie.3
Hoewel deze definitie technisch misschien juist is, is ze voor de klinische
praktijk buitengewoon onbruikbaar. Immers, elke overgevoeligheidsreactie die
meer dan alleen maar lokale verschijnselen geeft, kan als systemisch en dus als
anafylaxie worden beschouwd. Lang niet al die reacties zijn ernstig of
levensbedreigend. Dergelijke geringe systemische reacties behoeven dus ook geen
spoedeisende behandeling. Hier dreigt dus aanzienlijke overdiagnostiek.4
Aan de andere
kant is het bagatelliseren van anafylaxie ook niet gewenst. Door een reactie als
in genoemde casus niet te benoemen als anafylaxie bestaat het gevaar dat de
patiënt zich niet bewust is van het feit dat deze aandoening fataal kan zijn;
hierover schrijven Boeve et al. elders in dit nummer van het NTvG.5
Daarom is
recent door een werkgroep van de American Academy of Allergy, Asthma and
Immunology een herziene definitie van ‘anafylaxie’ voorgesteld, die duidelijke
criteria geeft (tabel 1
in het artikel van Boeve et al.) en daarmee de herkenning van anafylaxie in de
klinische situatie vereenvoudigt.2,5
In deze criteria staat centraal dat er anafylaxie is bij verschijnselen van de
luchtwegen, te weten dyspneu, piepen of stridor, of van de bloedsomloop, te
weten shock, collaps of hypotensie. Uitgezonderd is de patiënt met een bekende
allergie die gegeneraliseerde huiduitslag of hevige maag-darmklachten krijgt
nadat hij of zij in contact is geweest met een waarschijnlijk allergeen. Deze
uitzondering is gemaakt, omdat een anafylaxie kan beginnen met dergelijke
klachten, waarna de levensbedreigende respiratoire of circulatoire
verschijnselen pas in tweede instantie optreden.2 Dit komt vooral voor bij patiënten die eerder een anafylaxie hebben doorgemaakt.6
Kortom: bij
een patiënt die respiratoire of circulatoire verschijnselen doormaakt naast
huidverschijnselen of na blootstelling aan een relevant allergeen dient
anafylaxie vastgesteld te worden.

oorzaken
van anafylaxie
De meest
voorkomende oorzaken van anafylaxie staan vermeld in
tabel 2. De meeste
anafylactische reacties worden veroorzaakt door voedingsmiddelen en
wespensteken. Ook hierover is het belangrijk enkele misverstanden uit de wereld
te helpen (zie
tabel 1).
Pinda-allergie. Vaak wordt gedacht dat een
allergie voor pinda’s altijd ernstig of levensbedreigend zou zijn. Dit is
onjuist. Patiënten met een pinda-allergie kunnen inderdaad anafylactisch
reageren, maar ook minder ernstige allergische reacties komen voor.7
Een patiënt met een geringe allergische reactie op pinda’s loopt geen verhoogd
risico op een anafylaxie bij hernieuwde blootstelling. Een pinda-allergie is ook
niet per definitie levenslang: ongeveer 20% van de patiënten met een
pinda-allergie wordt na verloop van tijd klinisch tolerant.8
Ook is het
belangrijk om te benadrukken dat sensibilisatie voor pinda’s, blijkend uit een
positieve huidtest of aantoonbaar specifiek IgE in het serum, nog niet betekent
dat de patiënt na inname van pinda’s ook een klinische reactie krijgt.9
Net als bij sensibilisatie voor noten komen bij sensibilisatie voor pinda’s
kruisreacties voor, met name bij patiënten met het orale allergiesyndroom voor
appels en steenvruchten. Het is dus een kunstfout om vanwege alleen
sensibilisatie voor een voedselallergeen een dieet voor te schrijven.
Aan de andere
kant is een combinatie van anafylactische verschijnselen na blootstelling in de
anamnese en een gemeten sensibilisatie voldoende om anafylaxie voor het
betreffende allergeen vast te stellen. Daarvoor is provocatieonderzoek dan niet
nodig. Provocatieproeven, bij voorkeur dubbelblind en placebo-gecontroleerde
uitgevoerd, kunnen wel helpen voor het betreffende allergeen de dosis vast te
stellen waarbij verschijnselen ontstaan.5 Indien de patiënt echter anafylactisch reageert op sporen van het verdachte
allergeen, met name als het gaat om pinda’s of noten, is provocatieonderzoek
onwenselijk en wellicht zelfs gevaarlijk.
Insectenallergie. Hoewel met name wespensteken
en soms ook bijensteken kunnen leiden tot levensbedreigende anafylaxie, bestaan
ook hier geringe en gevaarlijke allergische reacties. Patiënten die op de plaats
van de insectensteek een grote zwelling krijgen, maar geen verschijnselen op
afstand van de steek, lopen geen verhoogd risico op een anafylaxie bij een
herhaalde steek. Zo’n ‘large local’ is dus hinderlijk, maar niet gevaarlijk,
zelfs als die groot is.10 Ook hier geldt: respiratoire of circulatoire verschijnselen na een insectensteek
duiden op anafylaxie en andere verschijnselen niet.

behandeling
van anafylaxie in de acute situatie
Anafylaxie is
een levensbedreigend ziektebeeld. Als de diagnose gesteld is, volgens de
eerdergenoemde klinische criteria, dient adequate noodbehandeling te worden
gegeven; verdere diagnostiek kan in eerste instantie achterwege blijven.1,2
Intramusculaire toediening van epinefrine, synoniem voor adrenaline, is de
behandeling van keuze bij anafylaxie.1,2,6,11
Toen ik dit aan de poortarts uit de casus uitlegde, was zijn weerwoord: ‘Maar
dat geef je toch alleen bij een reanimatie?’ Ook dit is een misverstand. Het
doel van het geven van epinefrine bij anafylaxie is het voorkómen van verdere
cardiale en respiratoire verslechtering en van overlijden van de patiënt.1,2 Intramusculaire toediening, die langer werkt en minder bijwerkingen kent,
verdient de voorkeur boven intraveneuze toediening (tabel 3
uit het artikel van Boeve et al.). De maximale dosering is 0,5 ml.
De verdere
behandeling van anafylaxie is afhankelijk van de verschijnselen en volgt de
principes van ‘advanced pediatric life support’.5 Dit kan het beste in een ziekenhuis geschieden. Omdat er een risico op een
bifasisch beloop bestaat,5 beveelt men klinische observatie gedurende 12-24 uur aan.5
Voor de
behandeling buiten de muren van het ziekenhuis geldt dus: epinefrine
intramusculair toedienen en de patiënt met spoed insturen.

preventie
van recidief
Na de
succesvolle eerste behandeling van anafylaxie is de volgende stap het zoeken
naar de oorzaak ervan (zie
tabel 2). Hiervoor zijn
de anamnese en gericht sensibilisatieonderzoek de belangrijkste instrumenten.
Meestal kan een oorzaak worden gevonden. Als dit wespen- of bijenallergie is, is
verwijzing naar een ter zake kundige specialist voor immunotherapie geïndiceerd.10
Bij
anafylaxie door voedingsmiddelen is immunotherapie vooralsnog niet mogelijk.
Preventie van een recidief berust dan op 2 pijlers: een strikt dieet en een
duidelijke instructie voor het handelen bij onverhoopte expositie aan het
betreffende voedingsmiddel of bij hernieuwde verschijnselen van anafylaxie (zie
tabel 3). Deze
handelingen zijn in principe eenvoudig: de epinefrine-auto-injector gebruiken en
112 bellen. Hiertoe dienen de patiënt, zijn of haar ouders en alle andere
verzorgers goed geïnstrueerd te worden en vertrouwd te zijn met het gebruik van
de epinefrine-auto-injector. Dit kost de nodige tijd en aandacht. Verwijzing van
de patiënt naar een (internist-)allergoloog of kinderarts-(allergoloog) is
daarvoor gebruikelijk en wenselijk.
Anafylaxie is
een levensbedreigende vorm van allergie, vooral wanneer dit allergie voor
voedingsmiddelen betreft. De aandoening is goed herkenbaar op grond van
respiratoire of circulatoire verschijnselen. Bij anafylaxie is spoedeisende
behandeling met epinefrine intramusculair de enige juiste keuze; vervolgens
dient de patiënt ingestuurd te worden. Recidiefpreventie omvat voorlichting,
dieet en instructie in het gebruik van een epinefrine-auto-injector. Lang niet
elk kind met een allergie voor voedingsmiddelen loopt het risico op anafylaxie,
ook niet als het om een allergie voor pinda’s of noten gaat.12
Maar anafylaxie dient niet te worden gebagatelliseerd, de aandoening is echt
levensgevaarlijk.13
Zorgvuldige analyse van de ernst van de reactie is dan ook gewenst.
Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: geen gemeld.
Aanvaard op 7 november 2006

LITERATUUR
1 Joint
Task Force on Practice Parameters, American Academy of Allergy, Asthma and
Immunology, American College of Allergy, Asthma and Immunology, Joint
Council of Allergy, Asthma and Immunology. The diagnosis and management
of anaphylaxis: an updated practice parameter. J Allergy Clin Immunol.
2005;115(3 Suppl 2):S483-523.
2 Sampson HA, Munoz-Furlong A, Campbell RL, Adkinson
jr NF, Bock SA, Branum A, et al. Second symposium on the definition and
management of anaphylaxis: summary report – second National Institute of
Allergy and Infectious Disease/Food Allergy and Anaphylaxis Network
symposium. J Allergy Clin Immunol. 2006;117:391-7.
3 Gerth van Wijk R, Cauwenberge PB van, Johansson SGO.
Herziene terminologie voor allergie en verwante aandoeningen. Ned Tijdschr Geneeskd. 2002;146:2289-93.
4 Unsworth DJ. Adrenaline syringes are vastly over
prescribed. Arch Dis Child. 2001;84:410-1.
5 Boeve MM, Rottier BL, Mandema JM, Rings EHHM,
Kieboom JKW, Dubois AEJ. Anafylaxie door pinda- en notenallergie bij 2
kinderen; aanbevelingen voor beleid. Ned Tijdschr Geneeskd. 2007;151:602-6.
6 Sampson HA. Anaphylaxis and emergency treatment.
Pediatrics. 2003;111(6 Pt 3):1601-8.
7 Ewan PW. Clinical study of peanut and nut
allergy in 62 consecutive patients: new features and associations. BMJ.
1996;312:1074-8.
8 Fleischer DM, Conover-Walker MK, Christie L, Burks
AW, Wood RA. The natural progression of peanut allergy: resolution and
the possibility of recurrence. J Allergy Clin Immunol. 2003;112:183-9.
9 Bernard H, Paty E, Mondoulet L, Burks AW, Bannon GA,
Wal JM, et al. Serological characteristics of peanut allergy in children.
Allergy. 2003;58:1285-92.
10 Moffitt JE, Golden DB, Reisman RE, Lee R, Nicklas
R, Freeman T, et al. Stinging insect hypersensitivity: a practice
parameter update. J Allergy Clin Immunol. 2004;114:869-86.
11 Sampson HA, Munoz-Furlong A, Bock SA, Schmitt C,
Bass R, Chowdhury BA, et al. Symposium on the definition and management
of anaphylaxis: summary report. J Allergy Clin Immunol. 2005;115:584-91.
12 Colver A. Are the dangers of childhood food
allergy exaggerated? BMJ. 2006;333:494-6.
13 Hourihane JO. Are the dangers of childhood
food allergy exaggerated? BMJ. 2006;333:496-8.
lees verder>>

MELD U AAN!
Indien u de folders van het Nederlands Anafylaxis Netwerk
wilt ontvangen of meer wilt weten over Anafylaxie en het Nederlands Anafylaxis
Netwerk dan kunt ondervermelding van uw titel, naam, beroep (specialiteit), en
E-mailadres een mailtje sturen aan
info@anafylaxis.nl.
Daarnaast kunt u zich opgeven om Shock! het Tijdschrift voor de ernstige
allergische reactie te ontvangen, dit verschijnt minimaal drie keer per jaar met
informatie over de ontwikkelingen en onderzoeken op het gebied van allergie,
maar ook de pragmatische aanpak van de omgang na de diagnose.
Het Nederlands Anafylaxis Netwerk heeft een wereldwijd netwerk van experts op
verschillende gebieden die van betekenis zijn voor patiënten met het risico op
Anafylaxie. U kunt hiervan gebruik en deel van uitmaken!! |