[includes/globaltop.htm]

Meer Informatie...


Presentatie 1 Nederlandstalige Awareness Training Zoetwarenindustrie
(openen kan enige tijd duren door de grootte van het bestand)

Presentatie 2 Engelstalige Awareness Training Zoetwarenindustrie.
(openen kan enige tijd duren door de grootte van het bestand)

 

BakkerijPlaza: informatieplein voor de bakkerijketen.
Ook voor ALLERGENEN

BakkerijPlaza is een interactief plein waar informatiestromen voor alle schakels in de bakkerijketen samenkomen. Het plein biedt de bakkerijketen veel informatie om te kunnen inspelen op actuele eisen van de overheid en afnemers. BakkerijPlaza biedt de hiernaast staande hulpmiddelen:

SpecsPlaza is de ingrediëntendatabank voor de bakkerijketen

Direct naar SPECSPLAZA

SpecsPlaza. Deze ingrediëntendatabank stroomlijnt de informatie-uitwisseling over de samenstelling van grond- en hulpstoffen. Met deze gegevens kan een actueel en warenwettelijk juist etiket voor bakkerijproducten worden samengesteld. De databank is onafhankelijk en is ondergebracht bij het Productschap Akkerbouw.


INFO VOOR
PROFESSIONALS IN DE INDUSTRIE
 

LEVENSMIDDELEN INDUSTRIE.

Op deze pagina's zal vanaf nu voedselveiligheidinformatie die van belang is voor de levensmiddelen industrie worden geplaatst.

Om te beginnen vindt u boven in de pagina twee PowerPoint presentaties over allergenen beheersing.

Deze presentaties zijn identiek alleen de taal is verschillend. De presentatie is ontwikkeld door het National Confectioners Association uit de USA.
Bewustzijn vergroting door informatie verschaffing is een doelstelling van het Nederlands Anafylaxis Netwerk.

Als u na het zien van de presentaties behoefte heeft gekregen om de doelstellingen van het Nederlands Anafylaxis Netwerk en the European Anaphylaxis Taskforce te ondersteunen en bijvoorbeeld deze training of voorlichting ook binnen uw bedrijf te laten geven, neemt u dan met ons contact op via support@anafylaxis.nl. door het inhuren van het NAN ondersteunt u ook de uitbouw van geloofwaardige informatie over voedselallergie en de beheersing van reacties door blootstelling aan voedselallergenen.  


De voedselindustrie is een van de aandachtsgebieden waar voedselallergie een zorg is. Het NAN kan de industrie helpen om deze zorg te verlichten.

Advies en ondersteuning bij vraagstukken over voedselallergie en allergenen aan de industrie maar ook bijvoorbeeld aan retail, horeca en instellingskeukens. 

Door specialistische kennis en ervaring over voedselallergie, productie van voedingsmiddelen en wetgeving is Allergenen Consultancy de organisatie bij uitstek voor professionele, deskundige maar vooral praktische ondersteuning. Kijk rond op de site en vind informatie over voedselallergie maar ook over wetgeving zoals het etiketteren van allergenen in de nieuwe Europese richtlijn EG 2003/89.

Wilt u meer weten over deze dienst neemt u dan contact op met het Nederlands Anafylaxis Netwerk
 

Informatie voor levensmiddelenfabrikanten

Anafylaxis, een ernstige lichamelijke reactie door voedsel.

Ernstige reacties door voedsel komen steeds meer voor. Soms kunnen deze ernstige reacties levensbedreigend zijn en mensen die weten dat ze risico lopen op zo'n levensbedreigende reactie moeten altijd opmerkzaam blijven wanneer er voedsel in de buurt is.

De ingrediënten die het meest geassocieerd worden ernstige reacties zijn:

  • Pinda,

  • Noten (zoals amandelen, hazelnoten, paranoten, walnoten) en

  • Zaden (zoals sesam, papaver).

Extreem kleine hoeveelheden kunnen zeer ernstige reactie uitlokken bij mensen die daar gevoelig voor zijn.

Veel producenten, detaillisten, en cateraars reageren goed hierop, mede door de wettelijke vereisten, door hun informatie aan klanten te verbeteren. (het vermelden van de ingrediënten op het etiket). Maar sommige klanten worden toch nog verrast door onverwachte ingrediënten terwijl gedacht was dat een bepaald product veilig is.

In Nederland worden de oorzaken voor wat betreft overlijden door anafylaxis niet geregistreerd. Maar van in ieder geval drie personen is in 2006 jaar bekend dat zij daardoor zijn overleden. In Engeland, waar dit wel geregistreerd wordt, worden elk jaar ca. zes doden gerapporteerd ten gevolge van een anafylaxis door voedsel. Het juiste aantal zou in beide landen wel eens hoger zijn. Statistiek uit Frankrijk en Amerika wijst uit dat ca. 1 - 2 % van de voedselallergische personen anafylactisch reacties kan hebben. Wanneer dit vertaald wordt naar Nederland zou dit betekenen dat elke dag! ca. 20 tot 40 personen (volwassenen en kinderen) een levensbedreigende reactie zouden kunnen hebben door voedsel.

Wat is anafylaxis?

Anafylaxis is een ernstige allergische reactie - het extreme einde van het allergische spectrum. Het gehele lichaam wordt aangesproken, gewoonlijk binnen enkele minuten na blootstelling aan het allergeen, maar soms pas na uren. Het gevolg is dat er allerlei klachten optreden die kunnen beginnen met  buikpijnen, diaree, jeuk, keelklachten, benauwdheid, roodheid van de huis, en uiteindelijk kan dit uitmonden in onwel worden, bewusteloosheid, en zelfs overlijden.

Oorzaken kunnen o.a. zijn:

  • voedsel,

  • insectensteken (bijen en wespen)

  • en medicijnen

Welk voedsel veroorzaken deze levensbedreigende reacties?

De meest voorkomende boosdoeners zijn pinda, en noten (amandelen, hazelnoten, paranoten, walnoten).

Soms ook door schaal en schelpdieren, eieren, melkproducten, sesamzaad, vis, soja, peulvruchten en vers fruit.

Welke hoeveelheid is nodig voor een dergelijke levensbedreigende reactie?

Voor sommigen is slechts een heel klein beetje van het betreffende voedsel nodig om een anafylactische reactie te krijgen.

Bijv. een sesamzaadje op een bolletje of een mespuntje / restje pindakaas op een mes waar een boterham mee gesmeerd wordt.

Hoe vaak komt anafylaxis voor?

Op dit moment zijn er bij het Nederlandse Anafylaxis Netwerk ca. 350 gezinnen aangemeld waar deze problematiek speelt. Dit aantal is slechts een topje van de beruchte ijsberg. We verwachten dat dit getal in de toekomst flink hoger zal worden. Een indicatie voor het aantal personen dat met deze problematiek te maken heeft is het aantal adrenaline auto-injectors (bijv. EpiPen® ) dat per jaar voorgeschreven wordt. Dit middel wordt slechts onder strikte voorwaarden door een arts voorgeschreven bij risico op anafylaxis. Per jaar worden duizenden adrenaline auto-injector pennen afgegeven.

Hoe beschermen deze mensen zichzelf?

Allereerst is het goed te weten dat voor echte voedselallergie nog geen genezing is. Dit betekent dat deze mensen er altijd mee bezig zijn om te voorkomen dat ze blootgesteld worden aan het betreffende voedsel. Dus goed uitkijken, al het voedsel controleren, familie en vrienden / kennissen, school, clubs enz. continu informeren en de zaken regelen.

Uit voorzorg, voor wanneer er toch iets fout gaat, hebben deze mensen een redmiddel (automatische injectiepen met adrenaline) bij zich dat zij (of hun begeleider) kunnen gebruiken, waarna er via het alarmnummer 112 een ambulance gewaarschuwd wordt.

Wat kunnen fabrikanten doen?

In de eerste plaats alles wat redelijkerwijs mogelijk is om te voorkomen dat producten niet in aanraking komen met stoffen, die een allergische reactie kunnen oproepen (andere voedingsmiddelen, achtergebleven bij een voorgaande charge of bij gebruik als technisch hulpmiddel), die qua receptuur er niet in thuis horen,

Voorlichting geven aan de medewerkers over het belang van de juiste productiemethoden (good manufacturing practices, GMP’s), in het bijzonder het zeer goed schoonmaken van de productielijnen van producten waar allergenen (pinda, etc.) die extreme reacties kunnen veroorzaken over heen zijn gegaan. Daar resten hiervan in producten die qua receptuur vrij moeten zijn van bovenstaande allergenen een gevaar opleveren voor mensen die hiervoor gevoelig zijn.

In de tweede plaats duidelijkheid verschaffen over de producten die er in de receptuur zitten.

Inzicht geven in welke producten in aanraken hebben kunnen komen met het product (cross-contamination/versleping).

Gevaaraspecten

Er is ons gevraagd of deze stoffen die zulke gevaarlijke reacties zouden kunnen uitlokken bij bepaalde mensen ook gevaarlijk zijn voor het productiepersoneel.

Voor het productiepersoneel, dat niet allergisch reageert op de stoffen die verwerkt worden, zijn er géén gevaren met het werken met grondstoffen die bij andere mensen een extreme allergische reactie (anafylactische reactie) kunnen geven. Het gaat namelijk om voedingsmiddelen, die voor een ieder die niet allergisch reageert, gewoon eetbaar zijn.

Allergenenmanagement

De etiketteringwetgeving is gewijzigd door richtlijn 2003/89/EG. De aanwezigheid van 14 stoffen (o.a. de allergenen) moet op het etiket vermeld worden. De impact van de wijziging voor de industrie is groot.

Als gevolg van deze wetgeving, waaraan producten uiterlijk 25 november 2005 moesten voldoen, zal elk bedrijf de grondstoffen, productieprocessen en etiketten grondig hebben moeten analyseren. In de praktijk betekent dit het opzetten van een allergenenmanagementsysteem.

De impact van de wijziging van de “allergenenetikettering” is groot. Het specifiek vermelden van 14 stoffen (tabel 1) op het etiket is verplicht wanneer een of meer van deze stoffen volgens de receptuur in een product aanwezig zijn. Bovendien moet de naam van de stof waarvan een ingrediënt afkomstig is, in begrijpelijke taal op het etiket staan. Wanneer bijvoorbeeld weipoeder in een receptuur is verwerkt, zal een tekst als ‘bevat melk’ bij de ingrediëntendeclaratie op de verpakking moeten staan.

Wat is er niet wettelijk geregeld?
De wetgeving gericht is op 14 stoffen die zijn toegevoegd aan een product. De onbedoelde aanwezigheid van de 14 stoffen (incl. de allergenen) is niet wettelijk geregeld.
Dit is bijvoorbeeld het geval bij onvoldoende reiniging tussen het bereiden van verschillende producten (kruisbesmetting). Doordat allergenen moeten worden geëtiketteerd, kan een schijnzekerheid voor de consument ontstaan. De redenering ‘het staat niet op het etiket dus het zit er niet in’ hoeft niet altijd juist te zijn. Het is dus verstandig als fabrikanten kruisbesmetting met allergenen voorkomen. Dit kan door middel van een allergenenmanagementsysteem.

Een goed allergenenmanagementsysteem bestaat uit:

  • HACCP-systeem; het beoordelen van risico’s

  • Instructie naar medewerkers

  • Grondstofbeheer

  • Productontwikkeling

  • Receptuur

  • Processing en planning

  • Etikettering

  • Opslag en transport

  • Reiniging

  • Onderzoek

  • Informatievoorziening consumenten (consumentenservice)

  • Uitbestede activiteiten (uitbesteden van productie of verpakken)

Het NAN kan bedrijven hierbij helpen door het geven van trainingen voor het vergroten van het bewustzijn over de impact van een goed geïmplementeerd allergenenmanagement systeem en het uitvoeren van GMP's bij het personeel en wat dat betekent voor de allergische consument. Verder kan het Nederlands Anafylaxis Netwerk bedrijven adviseren en begeleiden bij het opzetten van een allergenenmanagementsysteem, het geven van (awareness)trainingen of het opstellen en controleren van de etiketten.

Overzicht van te vermelden stoffen (uit 2003/89/EG)

Tabel 1:

  • glutenbevattende granen (d.w.z. tarwe, rogge, gerst, haver, spelt en kamut of de hybride soorten daarvan) en producten op basis van glutenbevattende granen

  • schaaldieren en producten op basis van schaaldieren

  • eieren en producten op basis van eieren

  • vis en producten op basis van vis

  • Pinda (aardnoten) en producten op basis van pinda (aardnoten)

  • soja en producten op basis van soja

  • melk en producten op basis van melk (inclusief lactose)

  • Noten (schaalvruchten), d.w.z. amandelen (Amygdalus communis L.), hazelnoten (Corylus avellana), walnoten (Juglans regia), cashewnoten (Anacardium occidentale), pecannoten (Carya illinoiesis (Wangenh.) K. Koch), paranoten (Bertholletia excelsa), pistachenoten (Pistacia vera), macadamianoten (Macadamia ternifolia) en producten op basis van noten (schaalvruchten)

  • selderij en producten op basis van selderij

  • mosterd en producten op basis van mosterd

  • sesamzaad en producten op basis van sesamzaad

  • zwaveldioxide en sulfieten in concentraties van meer dan 10 mg/kg of 10 mg/l uitgedrukt als SO2.

  • lupine en producten op basis van lupine

  • weekdieren en producten op basis van weekdieren

De 14 stoffen die wettelijk vermeld moeten gaan worden, zijn de stoffen die verantwoordelijk zijn voor de meest voorkomende en vaak ook ernstigste reacties.
 

[includes/globalbottom.htm]